Zwemschool ZwemScouts

info@zwemscouts.nl

INFORMATIE OVER ONZE ZWEMLESSEN

VERDELING VAN HET ZWEMDIPLOMA A (B en C) TRAJECT


Vooral voor het A-diploma zijn er tussentijdse doelen opgesteld. Om naar het volgende niveau over te gaan, dienen eerst de vaardigheden van voorgaande niveau’s te worden beheerst. Gaat men te snel door naar het volgende niveau, dan zal er stagnatie in het zwemproces plaatsvinden.

Zwemlesniveaus's

 

  • Niveau 1: watergewenning
  • Niveau 2: aanleren beenslag
  • Niveau 3: aanleren schoolslag combinatie
  • Niveau 4: veel in het diepe zwemmen
  • Richting het zwemdiploma A
  • B- en C-diploma

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NIVEAU 1: WATERGEWENNING
 

  • Eigenlijk is watergewenning het belangrijkste onderdeel van het zwemtraject. Want een kind kan nog zo goed zwemmen; maar als het bang is, of niet onder water durft, zal het nooit plezier hebben tijdens het bezoek aan een zwembad.
  • Ook is er maar een beperkte zwemveiligheid; want hoe reageert het kind wanneer het onverhoopt toch onder water komt?
  • Tijdens de watergewenningsfase raken de kinderen steeds vertrouwder met de eigenschappen van het water. Ze durven onder water te gaan, de ogen te openen, te springen van de kant en ze leren de basisbeginselen van het zwemmen.
  • Vooral goed kunnen drijven op buik en rug is een belangrijke voorwaarde; het zorgt ervoor dat er een goede basis wordt gelegd om de zwemslagen als borst- en rugcrawl, maar ook de school- en rugslag, te kunnen leren.

 

NIVEAU 2: AANLEREN BEENSLAG
 

  • Wanneer je kind inmiddels watervrij is, is er een goede basis gelegd voor het toekomstige zwemtraject. Je kind kan nu verder met de nieuwe lesstof, zoals het aanleren van de beenslag van de verschillende zwemslagen.
  • Vanuit het drijven gaan kinderen dan ook verder met de borstcrawl- en rugcrawlbenen; de zogenoemde spetterbenen.
  • Maar kinderen leren ook de basisbeginselen van de school- en rugslag. In dit niveau gaan de kinderen dan ook aan de slag met een juiste voetenstand, zoals kikkervoeten, vissenstaart, pipovoeten of wegwijzers.

 

NIVEAU 3: AANLEREN SCHOOLSLAG
 

  • Binnen dit niveau zal er nog steeds veel aandacht aan de beenslagen worden geschonken. Ook wordt er kennisgemaakt met de armbewegingen van de verschillende zwemslagen.
  • Naast de spetterbenen, worden nu ook de armen toegevoegd zodat de borst- en rugcrawl een volledige slag gaan worden.
  • Het belangrijkste onderdeel van niveau 3 is het aanleren van de schoolslagcombinatie. Naast de benen, die in niveau 2 werden aangeleerd, komen nu ook de schoolslagarmen erbij.
  • Hierbij wordt er een beroep gedaan op de coördinatie van het kind en de slag kan dan ook vrij moeilijk zijn. Om het aanleren iets makkelijker te maken, wordt er bij deze zwemslag vaak gestart met het gezicht in het water.
  • Ook het gebruik van een drijfmiddel, zoals een Flexibeam of zwembandje, zorgt ervoor dat de kinderen minder op de kracht hoeven te letten, maar zich vooral bezig kunnen houden met het aanleren van de van de volledige schoolslagbeweging. 
     
  • SCHOOLSLAG MET HOOFD BOVEN WATER
  • Heeft je kind de beweging onder knie, dan zal er met (een gedeelte van) het hoofd boven water worden gezwommen.
  • Aangezien dit veel kracht kost, is het van groot belang dat de beenslag erg sterk is. Doordat de schoolslag erg zwaar is, is het prettig als ze nog op de bodem kunnen staan. Hierdoor voeren de kinderen de beweging een aantal keer uit, gaan staan en kunnen even uitrusten.
  • Door dit rustmoment, kunnen de kinderen weer uitgerust en op een correcte manier de beweging opnieuw gaan uitvoeren. Gaandeweg mogen kinderen steeds minder staan en kan er zelf in het diepe bad geoefend worden.

 

NIVEAU 4: VEEL IN HET DIEPE ZWEMMEN

 

  • Kinderen die de verschillende zwemslagen beheersen, kunnen de stap maken naar het diepe bad.
  • Is een kind hier eigenlijk nog niet aan toe, dan kenmerkt zich dit vaak in schaar- en wreefslagen. Het kind heeft dan te weinig kracht en zal snel zinken.
  • Om dit de compenseren gaat het trekken aan de armen of een rare beenbeweging maken. Te vroeg naar het diepe bad is dus niet aan te raden.
  • In niveau 4 worden de afstanden steeds groter. Vooral de rug- en schoolslag worden sterker gemaakt, zodat het kind richting het afzwemniveau kan worden gebracht. Deze vergroting van de kracht is niet gemakkelijk en kinderen zullen dit dus veel moeten oefenen.
  • Ook de borst- en rugcrawl worden geoefend, maar het accent ligt nu op de continuïteit van de benen. Een kind mag ademhalen bij de borstcrawl, maar moet dan wel doorgaan met de spetterbene

 

RICHTING HET ZWEMDIPLOMA A
 

  • De afstand bij de school- en rugslag zal steeds meer richting het eindniveau worden verlegd, zodat de kinderen uiteindelijk 50 meter op de buik en 50 meter op de rug kunnen zwemmen.
  • Bij de borst- en rugcrawl worden vooral de benen nog eens extra getraind. Kinderen mogen wel ademhalen, maar de benen moeten dan door blijven trappelen. Omdat deze zwemslagen ‘natuurlijke’ bewegingen zijn, zullen er weinig problemen optreden bij de armbeweging.

 

  • KLEDING EN ONDER WATER ZWEMMEN
  • Ook zal er in het laatste niveau nog meer met kleding gezwommen worden. De kinderen leren de school- en rugslag uit te voeren in een lange broek, T-shirt met lange mouwen en zwemschoentjes.
  • Door het kledingzwemmen wordt de zelfredzaamheid vergroot, zodat de kinderen weten wat te doen wanneer ze gekleed in het water vallen.
  • Het onderwater zwemmen gebeurt met het bekende zwemzeil. Voor het ene kind is dit een leuk onderdeel, terwijl het andere kind het gat doodeng vind.
  • Het zwemzeil ligt op 3 meter van de kant en heeft een diepte van ongeveer 1 meter. Er wordt bij voorkeur met een duik het water ingegaan, maar dit is voor het A-diploma niet verplicht. Een rechtstandig sprong is vaker het geval.
  • In het niveau worden ook de extra onderdelen als watertrappen en drijven ook nog een keer herhaald.
     

ZWEMDIPLOMA B- EN C
 

  • Na het A-diploma beheerst je kind al de nodige vaardigheden. Het kan dan goed zwemmen in het zwembad en heeft al kennis gemaakt met onderdelen als watertrappen, onder water zwemmen en drijven.
  • Maar ook de verschillende zwemslagen, zoals schoolslag, rugslag, borst- en rugcrawl, worden kinderen met een A-diploma goed beheerst.
  • Maar met alleen een A-diploma ben je er nog niet… Want het zwem-ABC bestaat uit 3 diploma’s en het is zeker aan te raden om deze allemaal te behalen.
  • Zo kan een kind met een A-diploma wel zwemmen, maar zich nog vrij moeilijk redden bij onverwachtse omstandigheden. Heeft een kind zijn of haar B-diploma behaald, dan is het alweer sterker geworden en is de zwemveiligheid vergroot.
  • Maar zeker bij het behalen van het C-diploma is je kind een echte waterrat. De zwemslagen zijn weer beter, het uithoudingsvermogen is gegroeid en de zwemveiligheid is door de survival onderdelen bij C ontzettend toegenomen.

 

  • HET ZWEMDIPLOMA B
  • Het zwemdiploma B sluit nauw aan op het eerste diploma en is in vrij kort tijdsbestek (ongeveer 16 klokuren) te halen.
  • Bij dit diploma wordt de afstand van de zwemslagen vergroot, maar moeten kinderen bijvoorbeeld ook langer watertrappen, drijven en verder onder water zwemmen.
  • Naast het vergroten van de kracht en het uithoudingsvermogen, wordt er ook nog eens extra aan de techniek gewerkt. Zo moeten de armen bij de borst- en rugcrawl meer uit het water worden getild, zullen kinderen bij de school- en rugslag nog meer moeten letten op het uitdrijven en moet er bij het zwemgat worden gedoken.

 

  • HET ZWEMDIPLOMA C
  • Helaas stoppen veel mensen na het behalen van het zwemdiploma B. Door de financiën, tijdgebrek of door een verminderde motivatie gaan kinderen vaak niet door voor hun C-diploma.
  • Hierdoor wordt het zwemtraject (het Zwem-ABC) eigenlijk tussentijds afgebroken en missen kinderen de extra vaardigheden die nodig zijn om zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Investeer nog even (ongeveer 17 klokuren) in uw kind en zorg dat deze het volledige zwem-ABC behalen.
  • Bij het C-diploma worden nogmaals de afstanden van de zwemslagen vergroot. Hierbij is een goede techniek ontzettend belangrijk, aangezien kinderen bij het zwemmen zo min mogelijk energie moeten gebruiken.
  • Juist door te letten op een goede techniek, leren kinderen hoe ze optimaal van het water gebruik moeten maken. Dit komt de zwemvaardigheid zeer ten goede en helpt de kinderen bij de onderdelen van het survival zwemmen.